Het breiatelier
Inhoud van de vaste tentoonstelling
| Met ups en downs | Van sok tot joggingpak | De grondstoffen |
| Bobijnster gezocht | Van links naar rechts en terug | Breien zoals met priemen |
| De diameter telt | Ook dit is breiwerk |
Met ups en downs
In België is de streek van Doornik de regio met de eerste industriële breinijverheid. Op de houten breistoel breien toen voornamelijk mannen mutsen en kousen. Rond 1860 worden de machines met een nieuw type naalden uitgerust waardoor deze gemakkelijker hanteerbaar zijn. Breien op de handbreimachine wordt een vrouwenaangelegenheid.In die periode ontstaan in landbouwgebieden waar veel huisnijverheid voorkomt, nieuwe kernen met breinijverheid. Sint-Niklaas is er een van.Het gamma gebreide artikelen breidt sinds 1860 fors uit, door de diversiteit aan machines die ontwikkeld werden. Elke machine levert een typisch product. Sint-Niklaas was gekend voor de productie van kousen en sjaals.Tussen 1920 en 1930 kent de sector in de stad zijn grootste groei. Deze bloei is te danken aan de gewijzigde mode. De opkomst van interlock en de tendens om meer sportuitrustingen of vrije tijdskledij te dragen doen de vraag stijgen.In elke fabriek is er naast de breiafdeling ook een atelier voor de afwerking van de stukken. Deze afwerking is bijzonder arbeidsintensief. In de productieafdeling kan men arbeidskrachten uitschakelen door de automatisering van de machines. Bij de afwerking is dit niet mogelijk. Hierdoor krijgt de sector steeds meer concurrentie vanuit lage loonlanden.Nog steeds wordt een belangrijk deel van het Belgisch modebreigoed in Sint-Niklaas geproduceerd, zij het door een beperkt aantal werknemers.
Van sok tot joggingpak
Waar en wanneer de techniek van het breien ontstaan is weet men niet precies. Archeologische vondsten sterken het vermoeden dat de techniek vermoedelijk is ontwikkeld in het Midden-Oosten. In het Westen zijn vanaf de Middeleeuwen afbeeldingen van personen die met priemen breien. In sommige steden waren de breiers in gilden georganiseerd.Tot de 16de eeuw breide men met naalden van hout, been of ijzer.Breiwerk werd omwille van zijn elasticiteit, isolerend vermogen en poreusheid verkozen om het hoofd, de handen en de voeten te bedekken.Deze kledingstukken uitgevoerd in fijne garens zoals zijde met ingewikkelde patronen waren luxeproducten voor de rijke klasse.Sinds de opkomst van het machinebreien krijgen we een grotere variëteit aan kledingstukken.De eerste nieuwe toepassing voor breiwerk is de productie van ondergoed.De intrede van synthetische vezels maakt het mogelijk om uiterst fijn breiwerk zoals nylonkousen met de machine te maken.In de twintigste eeuw wordt ook bovenkleding gebreid. Voor elke gelegenheid vindt men wel een comfortabele en modieuze gebreide outfit.
De grondstoffen
Al eeuwen lang vervaardigt de mens stoffen met garens van dierlijke (wol, zijde) of plantaardige (vlas, katoen, hennep) oorsprong. Reeds in de 19de maar vooral in de twintigste eeuw slaagt hij erin om diverse kunstmatige en synthetische vezels te produceren. Deze ontdekking brengt een grote vernieuwing in de toepassingsmogelijkheden en de mode.De garens die gebruikt worden in breifabrieken zijn niet dezelfde als in een weverij.De garens zijn minder getwijnd en bestaan uit langere vezels. De draad is hierdoor soepeler wat noodzakelijk is om de draad in lussen te leggen. De garens voelen ook zachter aan.In de breierij worden de dag van vandaag vooral gemengde garens gebruikt. Hiermee wil men de eigenschappen van het breisel optimaliseren. Afhankelijk van de toepassing (bovenkleding, onderkleding) kiest men de meest geschikte combinatie van natuurlijke en synthetische vezels.Een veel gebruikte synthetische vezel is acryl. Hiermee kan men de slijtvastheid verbeteren en het onderhoud gemakkelijker maken. Elastaan toevoegen verhoogt de elasticiteit. Nylon toevoegen geeft het garen meer glans en een hogere slijtvastheid.In het labo test men de kwaliteit van een garen. Men controleert de vezellengte, de torsing, de regelmaat en de trekkracht.Vroeger was het belangrijk om de vochtigheidsgraad van de zuivere wollen garens vast te stellen bij de aankoop. Hierover zijn internationale normen vastgelegd.
Bobijnster gezocht
Vroeger werd het garen vanuit de spinnerij op strengen geleverd. Zo kon het niet op de breimachine verwerkt worden. Het moest op spoelen of bobijnen gewonden worden. Dit was niet de enige reden om het garen over te spoelen.Het is belangrijk dat het garen zoveel mogelijk knopenvrij is. De bobijnster zal dikke knopen vervangen door plattere weversknopen.Het garen wordt bovendien gesmeerd met parafine zodat het gemakkelijk in lusjes kan geplooid worden.Alle bobijnen worden opgewonden met eenzelfde vastheid. Dit is van belang om een egaal breisel te bekomen.De oudste spoelen waren de houten flesspoelen. Deze werden vervangen door kartonnen kegelvormige.Nu worden de meeste garens geleverd op wegwerpspoelen zodat weinig fabrieken nog een bobijnmolen staan hebben.In de breifabriek is het beroep van bobijnster uitgestorven.Het leveren op bobijnen is in voege gekomen bij de opkomst van de fijne synthetische garens.Ook de overgang van houten flesbobijnen naar kartonnen bobijnen speelde een rol. Het extra gewicht van de houten flesbobijnen zou het transport onnodig duur maken.
Van links naar rechts en terug
De eerste handbreimachine van dit type dateert van 1866 en werd door de amerikaan J. Lamb gepatenteerd.De machine voert dezelfde handelingen uit als bij het breien met priemen. Het grote verschil is dat elke steek hier op een aparte naald zit.De naalden staan op een rechte lijn in het naaldenbed. Over het naaldenbed gaat de slede heen en weer. De slede brengt de naald naar boven, opent de klep van de naald. De slede neemt ook de draad mee en legt de draad in de haak. Daarna sluit de naald zich en de oude steek wordt afgelaten.
Onderaan hangen gewichten aan het breisel om de doorgehaalde steken aan te trekken.
Breien aan deze machine betekende een ganse dag rechtstaan en de slede heen en weer bewegen.De breisters werden per stuk betaald. Soms gebeurde het dat er een naald brak dan moest de breister die vervangen, dikwijls op eigen kosten.Op deze machines kan men benen van kousen of boorden van sokken breien en panden voor pulls of gilets. Ze werden soms bediend door thuiswerksters maar veelal stonden ze samen in een atelier.
Breien zoals met priemen
De vlakbreimachines zijn een verderzetting van de ontwikkeling van de handbreimachines. Elke machine is met een eigen motor uitgerust waardoor men niet langer bij elke machine een breister hoefde te zetten.
Op deze machines
- zijn bijna alle variaties van patronen en kleuren mogelijk. Net zoals bij het handbreien.
- is het wisselen van kleuren eenvoudig.
- kunnen afgepaste panden met een bepaalde lengte en breedte gebreid worden. Bij rondbreimachines ligt de breedte vast.
- is verzetten van het naaldenbed mogelijk zodat men schuine steken kan breien.
Als de machine uitgerust is met een jaquardsysteem kan men steken kruisen en kabels breien en jacquardmotieven breien.
Meestal zijn deze machines uitgerust met twee stelsel dit betekent dat er op twee plaatsen steken gevormd worden. In één beweging naar links of rechts worden twee rijen steken gebreid.
Meestal worden deze machines gebruikt voor grover breiwerk. Men kan zo de productiesnelheid wat opdrijven. Op deze machines wordt vooral bovenkleding gemaakt.
De diameter telt
Rondbreimachines worden gebruikt voor de productie van meterwaar, vergelijkbaar met de productie in de weverij.
De diameter van de machine bepaalt de maat. De stof wordt als een buis gebreid en op rol afgeleverd. In de confectie verknipt men het breisel tot kledingstukken zonder zijnaad.
De machines worden gebouwd om fijn breiwerk te leveren.
De rondbreiers zijn uitgerust met meerdere stelsels. Dit zijn plaatsen waar er draad naar de machine gaat om een steek te vormen. In ribbreisel worden per omwenteling zoveel rijen steken gevormd als er stelsels zijn. Hierdoor is de productie van rondbreimachines veel hoger dan van vlakbreimachines. Er zijn rondbreimachines met wel meer dan 100 stelsels
Doordat de rondbreimachine meerdere stelsels heeft, is het afregelen van de machine een delicaat werk. Men moet rekening houden met veel verschillende factoren om een egaal breisel te bekomen.
In de beginperiode worden de machines vooral gebruikt voor het breien jersey, ribbreisel en ondergoed in interlock.
Ook dit is breiwerk.
Het is een nieuwe tendens dat de breitechniek nu ook wordt gebruikt voor andere toepassingen dan voor kleding.De elasticiteit en poreusheid van tricot worden benut in verschillende technische toepassingen. Hierbij worden de meest uiteenlopende en weinig voor de hand liggende garens gebruikt.
Een gebreide glasvezellaag geeft stevigheid aan een kunststof, hier toegepast in een veiligheidshelm. Door kunsstofhars te vermengen met vezels ontstaat vezelverstekte kunststof of een composiet die veel sterker en stijver is dan normale kunststof. Het relatief lage gewicht van de composiet is een bijkomend voordeel.
Met uiterst fijn inoxgaren kan men bv. hittebestendige stoffen breien voor gasbranders.
Een derde voorbeeld medische of sportsteunverbanden. Hier wordt duidelijk gebruik gemaakt van verschillende breitechnieken zoals meerderen, minderen en wijzigen van de vastheid van de steek om een product te leveren dat perfect past aan het lichaam en druk uitoefent op bepaalde plaatsen.
Plastiekgaren verkiest men om filters of verpakkingsmateriaal te breien. Wist je dat de aardappelen of uien in de supermarkt meestal in een gebreide verpakking worden verkocht?
Algemeen wordt aangenomen dat de sector van het technisch breiwerk nog een toekomst heeft in ons land.
